Lugano, Verdon 2010

Na onze frisse rit in mei 2010 is de juli-rit met recht een hitterit te noemen. Van 15 tm 17 juli 2010 waren de Swiss Harleydays opgeplust tot de Europese Hog Rally in Lugano. Het leek ons een mooie omgeving en kans om een mooie route naar uit te zetten en met een net zo’n mooie omweg terug te keren. Een temperatuur die constant tot boven de 30°C was zorgde voor een echt tropisch gevoel.

Victor, Marion, Annie en ik besloten samen te rijden veilig en vooral gezellig. Na de rally zouden we ieder ons eigen weg gaan. Na wat overleg heb ik een route gemaakt waarvan een deel al eens gereden is door mij. Thuis ben ik druk aan de slag gegaan met het programma Mapsource van Garmin om de route uit te zetten. Door de route af en toe in Google Earth te bekijken beleefde ik ook veel voorpret.

Zoals altijd werden de routes geladen in “Truus” (mijn zumo 550) die altijd helpt om via de mooiste wegen op onze plaats van bestemming te komen. Truus heeft echter dit jaar niet helemaal gewerkt zoals ik gewend ben. Het zou kunnen dat ze bang was dat ik afstand van haar zou doen. Victor had immers net een nieuwe flitsende Zumo 660 aangeschaft en die ziet er ook wel heel handig uit zo met alle HD dealers er in. Het zou ook kunnen dat het allerlaatste software jurkje dat ik voor Truus gekocht had niet helemaal lekker zat of dat ze gewoon eigenwijzer is dan het baasje.

Op maandag 12 juli vertrokken we. Vanwege de verschillende woonplaatsen hadden we afgesproken bij Q8 station in Ranst op de weg van Antwerpen naar Hasselt. We vertrokken om 7.30 uur richting Straatsburg, ons eerste doel. Ik had geboekt in Hotel L`Europe van Best Western. Via de snelweg langs Luik en Trier en nog een klein stukje binnendoor bij Zwei Brücken kwamen we rond de middag bij Bitche. Gelukkig hadden we het droog gehouden. In de omgeving van Trier zag het er erg dreigend uit. In de verte zagen we zware donderwolken hangen en op enig moment vloog er een complete wolk van afgerukte bladeren over de snelweg.

Ik ben al een paar keer eerder voorbij Bitche gereden en wilde nu toch wel eens weten hoe een plaats met zo`n naam er uit zou zien. Zouden er alleen maar straffe dames wonen? De overblijfselen van de Citadelle staken imponerend uit boven het stadje. Eenmaal in het centrum bij de lokale Boulangerie neergestreken zagen we daar niets meer van. Ook geen Bitsches maar wel een vriendelijke dame die een arrangement voorstelde van een broodje en koek een koffie. En dat voor de prijs van €6,50 pp. De tweede kop koffie werd niet eens in rekening gebracht. Terwijl we zaten te eten hoorden we ineens luid geklepper. Zouden dat de Bitches zijn? Na onderzoek bleek op het gemeentehuis een groot ooievaarsnest te zijn en er vlogen nog meer van die imposante vogels in het rond. Jammer dat we al weer zo snel door moesten, want het lijkt me een plaatsje wat het nader bekijken waard is.

Rond 16.00uur kwamen we al aan bij ons hotel in Straatsburg. We werden bij de parkeergarage van Hotel L`Europe opgewacht en konden de motoren direct binnen zetten. In drie kwartier stonden we allen gedoucht en gepoetst buiten om de stad in te gaan. Het hotel ligt in het wandelgebied van Petit France dus we zaten direct tussen de pittoreske panden, kanaaltjes en terrasjes. Ik wees een traditioneel Straatsburgs restaurantje aan waar ik al eerder met veel genot gegeten had. We besloten toch maar niet bij +30°C aan de Choucroute Royal te gaan met worst, buikspek en leverballen. Snel zaten we tegenover de kathedraal op het terras aan een geweldig lekkere grote pot bier toen Victor verklapte dat het die dag de 1e verjaardag van hun huwelijk was. Een mooie gelegenheid om met een 2e pot daarop te toasten. We wilden net door de stad wandelen toen de wolken samen pakten en we plots in nood(weer)kwamen. Zoals vaker wanneer men in nood verkeert schoot ook hier de kerk te hulp. Nu wegens dreiging met een nat pak, werd de mogelijkheid tot schuilen gretig aangenomen. De kathedraal was te bezichtigen wat we dan ook gedaan hebben. Voor degene die er oog voor heeft zijn er heel bijzondere details te zien zoals de verschillende figuren die de elementen van de stenen kansel dragen. Inmiddels vielen er fikse klappen buiten en veranderden straten in rivieren. Het was het wel duidelijk dat de zon die dag niet meer terugkwam. Zigzaggend onder overkappingen en terrassen kwamen we bij mijn favoriete kroeg waar ze in een leuke ambiance vooral Belgisch bier verkopen. Vervolgens zijn we bij een Italiaan terecht gekomen waar we hebben gegeten. Gelukkig werd het droog en konden we nog wat leuke plekjes in de stad bezichtigen zoals Place Kleber waar een Spaanse markt zonder publiek was. Om ons Europees avontuur voor die dag af te sluiten, besloten we naar het hotel en vroeg op stok te gaan.

Dinsdag 13 juli stond een bezoek aan de Harley Dealer aan de zuidkant van Straatsburg op het programma. Victor reed voor zodat hij een beetje met z`n Garmin kon stoeien. Feilloos waren we binnen no time bij de dealer. Het gebouw was eigenlijk net als veel van die moderne terrariums met motoren en T-shirts, een beetje zoutloze zaak. Ik snap Harley-Davidson niet zo goed. In zo`n pand kan net zo goed iedere andere motor of autodealer terecht. Het speciale wat Harley wil uitstralen is in deze modern uitgevoerde panden in ieder geval niet te vinden.

Binnen korte tijd staken we de Rijn over en reden Duitsland in. Via Offenburg reden we even een paar kilometer terug naar het noorden om langer een stuk van de B500 de Schwarzwaldhochstrasse te kunnen rijden. Het weer en de route was fantastisch alleen Truus besloot op enig moment haar beeld vast te houden. Ze was mogelijk net als ons zeer onder de indruk van het mooie uitzicht van het Zwarte Woud. Helemaal vastgelopen moest ik de hoofdbatterij eruit peuteren om zo Truus weer aan de praat te krijgen.

In Wolfslach was het op een zonnig terras heerlijk eten met Flamenkuche en ijskoffie. Uiteraard moest in Triberg de koekoeksklokken hoofdstad van het Zwarte Woud een stop gemaakt worden en het Haus der 1000 Uhren bezocht worden. Dacht ik vorig jaar nog voor € 250,- een heel bijzondere niet koekoeksklokachtige klok te kunnen kopen bleek ik me slechts duizend euro vergist te hebben. De Schwartzwald hochstrasse is een geweldig route met veel mooie uitzichten. We reden hem dan ook helemaal af tot aan Waldshut aan de grens met Zwitserland. Nadat we de Zwitserse grens overstaken was het een beetje over met het leuke landschap maar ook met de reisambitie van Annie die last van haar rug kreeg.

Baden
In Baden probeerden we een betaalbaar hotel te vinden wat aan de rivier eindelijk lukte. Na eerst achterover gevallen te zijn van de hotel prijzen in de stad kwam we beneden bij de rivier een mannetje tegen wat vroeg of we iets zochten. Freddy bleek dat mannetje te heten, zei toevallig hoteleigenaar te zijn en ons wel ten dienst te kunnen zijn. Hij schoot een beetje onooglijk betonnen gebouw binnen en kwam binnen de kortste keren weer terug. We moesten mee en hij liet zien wat hij bedacht had. Één kamer was gereed maar een andere moest intern even verbouwd worden tot een 2 persoonskamer. We konden alvast een biertje uit de koelkast pakken en hij zou zorgen dat alles snel in orde kwam. Een goed half uurtje later konden we in de douche. Ondertussen was bleek Freddy een echte babbelaar. Hij verbaasde zich erover dat wij onze motoren onder zijn afdak op slot wilden zetten. We waren toch in die Schweitz!, niemand komt er aan. Tussendoor kwamen we ook wat andere gasten tegen. Twee Zwitsers die in Las Vegas een bedrijf runden met motorreizen in de USA. Uiteraard werden kaartjes uitgedeeld om ons te verleiden. Ze waren zelf even terug voor vakantie thuis.

Op Freddys aanwijzen liepen we langs de rivier en kwamen bij de lift die ons enkele tientallen meters omhoog voerde, precies in het stadscentrum. Baden heeft een leuke binnenstad met veel winkeltjes terrasjes en restaurants.
Bij het ontbijt de andere dag was Marion de klos. Freddy voerde zijn act als gepassioneerde reisgids op door met hulp van drukke armbewegingen en halve danspassen te vertellen waar we tijdens onze verdere route toch allemaal zeer zeker moesten gaan kijken.

We wilden de route waarvan we de vorige dag waren afgeweken weer opnemen. Daar waar Truus in het verleden via een tussenroute mij terug op de geplande route bracht liet ze me nu in de steek. Victor probeerde ook een en ander maar kwam telkens bij voor motoren afgesloten wegen. Om te voorkomen dat we dwars door Zurich heen zouden rijden en veel tijd zouden verliezen, liet ik Truus een route berekenen naar een van de dorpjes aan het Vierwoudsteden meer waarvan ik wist dat dit in mijn oorspronkelijke route zat. Hierdoor kwamen we wel door heel leuke plekjes. Zeker bij Zug in het meren- en berg gebied was het uitzicht op het landschap weer voortreffelijk.

Gothard
Bij de Gothard pas werd het weer echt leuk motorrijden. Het was een lange aanloop voordat we de echte pas ingingen met diverse afslagen richting Furka of Susten die we toch maar voorbij gingen. Had Freddy uit Baden ons al verteld over het beeld van Wilhelm Tell in Altdorf ook op weg naar de Gothard kwam zijn verhaal over de Teufels brucke uit en hebben we de wandtekening gezien, graffiti uit de oude doos. Wel een kers op de taart van een mooie rit. Bovenop de Gothardpas werd het weer minder. Veel bewolking en erg fris, zelfs dichte mist met motregen. Victor vond de aanblik van de klinkerstraat op de oude pas niet zo aantrekkelijk zodat we na wat foto`s in de sneeuw de nieuwe pas zijn afgereden met her en der een fly-over in plaats van een vette haarspeld. Dat is wel een bijzonder zicht moet ik zeggen een bergweg die in de lucht hangt, maar veel minder spannend rijden. Beneden stopten we bij een wat verlopen restaurantje voor koffie, die overigens weer wel goed was. Grappig dat zwaan kleef aan effect want de 3 geparkeerde motoren van ons deden er voor zorgen dat binnen de korste keren het hele terras vol zat met motorrijders. De verdere route ging door een leuk dal waarbij de trein en de weg regelmatig naast elkaar liepen. Grappig wanneer er een trein voorbij komt en iedereen je zit aan te gapen.

Lugano
Toen we bij Lugano in de buurt kwamen werd het druk en moesten we hier en daar ook in de rij staan met verkeer. Midden in Lugano besloot Truus weer haar blik op de weg vast te houden. Gelukkig nam Victor het over en reden we probleemloos naar ons hotel in Porlezza wat weer net Italië is. Bij hotel L`Europa ( ja alweer een) werden we door Pablo de eigenaar/bedrijfsleider zeer vriendelijk ontvangen. Dat leek toch niet op de man waarmee ik zo moeizaam via de mail kon communiceren toen ik via Booking.com net een dag te vroeg geboekt had. De dag bijboeken was geen enkel probleem zodat we tot zondag konden blijven. Het weer was zoals de rest van de reis nog steeds fantastisch boven de 30 graden. Dat Pablo geen airco had was daarmee wat minder, maar wij hadden een kamer met balkon en uitzicht op het meer. Tegen de avond kwam er telkens een windje zodat met open schuifdeuren het wel enigszins was uit te houden.

Het uitzicht vanaf het terras van het hotel op het meer van Lugano was fantastisch en aan de overkant van de straat vanuit de biertent nog beter. Mooie groene bergen rond het meer met her en der wat kale toppen.
Victor had ondertussen al contact gehad met chapterleden Bob die met Willy, Ron en Mary ook in Lugano waren aangekomen. We reden op donderdag naar Lugano om eens te kijken hoe het gesteld was met het opbouwen van de rally. We kwamen naast Bob, Willy, Ron en Mary ook Liza van Hog Benelux tegen en hebben even staan kletsen. De Boulevard over gelopen, wat drinken en weer terug naar Porlezza.

Porlezza
In Porlezza ontdekten we het oude centrum met smalle straatjes en kleine winkeltjes die roken naar kruiden en andere lekkernijen. In een lokaal kroegje gingen we op het terras zitten. Omdat ik geen Italiaans spreek ging ik maar naar binnen om te zien wat er allemaal in de aanbieding was. Er was zowaar Beiers Weissbier van de tap. Bij de tweede bestelling dacht ik kom laat je talenknobbel eens werken, dus ik bestelde een birra bianco. Dat werd door de bevallige dame achter de bar helemaal niet begrepen. Met handen en voeten en behulp van wat lokale klanten kreeg ik het uitgelegd. Vervolgens verklaarde ze Braziliaanse te zijn en alleen Italiaans en Spaans te spreken. Daarop veranderde het onderwerp op wat ze dan in Brazilië drinken. In plaats van met een biertje liep ik uiteindelijk met een door deze plaatselijke schone gemaakte, geweldige cocktail weer naar het terras. Daar had ik uiteraard weer wat uit te leggen. Het zware bestaan in Porlezza bestond die dag verder uit het terrasbezoek aan het meer en lekker eten.

Op vrijdag bleek een grote groep van het Frejus Hog Chapter ook hier geboekt te hebben en bij toeval bleken Glen en Caroline twee Hollandse Frejus leden die we in 2006 in Morzine hebben leren kennen er ook bij te zijn. Het was weer een hartelijk weerzien.

Na het ontbijt vlooiden Victor en ik met Mapsource op zijn minipc en maakten een routje langs de zuidkant van het om zo naar de rally in Lugano te rijden. Een beetje langs het meer en een beetje door de bergen. Het bleek een route met mooie uitzichten over het meer en wat leuk bochtenwerk totdat we bij de grens met Zwitserland in de buurt kwamen. Een aangekondigde afdaling van 18% was niet zo spectaculair tot we zagen dat de haarspelden als een mie-nestje tegen elkaar lagen. Het was geweldig leuk stuurwerk en gelukkig niet te veel tegenliggers. Veel dorpjes met hele mooie smalle straatjes. Net voor Lugano bij de koffiestop heb ik even de vlaggenmast op de dissel van de aanhanger geschroefd en de chaptervlag opgehangen, immers als we de boulevard opkomen, moet dat wel een beetje in stijl zijn. Met m`n leren vest en lange broek was het overigens wel zweten. Toen net de motor parkeerden kwamen vanaf het terras aan de overzijde van de weg direct vrienden van het Luik Chapter op ons af. Dit was de 3e rally op rij waar we elkaar tegenkomen dus dat werd eerst even bijkletsen. Op het terras kwamen we Breda chaptervrienden tegen. Na alle stands een keer te zijn langsgelopen en de nodige foto’s te hebben gemaakt hadden we het onder de brandende zon wel gezien en reden weer terug naar Porlezza. Met de korte broek op het terras aan het meer was wel zo verkoelend.

Dat de wereld klein is bleek wel weer toen opeens op het terras een aantal Duitsers uit Berlijn bleek te zitten waarmee we vorig jaar twee weken in de USA hebben rondgetoerd. Na even bijgepraat te hebben namen we weer afscheid. Ondertussen maakten we ook kennis met onze hotelbuurman Gerrit van Het Lighttown Chapter.

Lago Como
Op zaterdag maakten we een rondje rond het Comomeer, een geweldig mooie route, even eten in Como op toevallig hetzelfde terras als de groep van Frejus. Via een leuke bergroute reden we weer naar Lugano waar de rest van de groep geen zin meer had om nog even het rallyterrein te bezoeken, waardoor we naar Porlezza vertrokken.


Afscheid en trip deel 2
Op zondag namen we na het ontbijt afscheid. Victor en Marion zouden Italië verder ingaan. Ik had Annie de mooiste route in Europa beloofd die ze tot heden gereden had dus de verwachtingen waren hooggespannen. Via Lugano reden we naar het Lago Maggiore. Het uitzicht was zeer mooi zeker met besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. In een klein stadje was de doorgaande weg naar het centrum afgesloten en ik zocht een omweg. Grappig was dat we toen alsnog midden in het centrum uitkwamen. Het was rond de middag en parkeergelegenheid genoeg dus besloten we maar op een terras te gaan zitten en wat te eten. Tja, en ze spraken daar natuurlijk alleen Italiaans. Toen ik “mangare” al vragend kijkend zei tegen de oude dame, riep ze tosti. Ik was al blij wat te kunnen communiceren en zei si. Vervolgens lukte het nog om proscuitto en frommagio te verstaan. Ik zei tegen Annie we zullen wel wat krijgen met ham en kaas. En ja hoor 2 tosti`s ham-kaas en wat te drinken. Toen ik eens goed rondkeek bleken we gewoon bij een kroeg te zitten en niet bij een eethuis, maar voor 9 euro eten en drinken kom je onderweg ook niet veel tegen.

Val D’Aosta en Monte Bianco
Hoge bergruggen bleven ons decor vormen zonder dat we er ook echt in terecht kwamen. Op een zeker moment kwamen we een vallei binnen die bewaakt werd door een hooggelegen fort. We reden de Val D`Aosta binnen. Een prachtige vallei om tussen de ruige en veelal kale bergruggen te rijden. Her en der werden we geconfronteerd met de nevenliggende snelweg, maar gemiddeld genomen was het vooral schitterend en rustig rijden. Een bijna witte bergpiek kwam steeds meer in beeld. Op enig moment zag ik vlak bij Courmayeur een bordje “Monte Bianco”. Al vertalend kwam ik op Witte Berg en daarmee ook gelijk op Mont Blanc. Ik wist dat we langs de Mont Blanc zouden komen maar niet dat het zo dichtbij zou zijn. Hij stak boven alles uit, maar viel een beetje tegen omdat er wel veel sneeuw verdwenen was. Maar goed het was ook wel heel erg warm. Net voor de Mont Blanc verlieten we de doorgaande route om meer bochtenwerk en kleine dorpjes te passeren.
De eerste col die we tegenkwamen was de Col D`Arpi (of San Carlo) (1995m). Door de hitte waren er meer mensen die de hoogte opzochten. Het was op sommige stukken erg druk met geparkeerde auto`s en dagjes mensen die kennelijk in de wat koelere omgeving aan het picknicken waren. Vanuit D`Arpi reden we de Col du Petit Saint Bernard ( 2188m) op. Beide passen hebben geweldige uitzichtpunten en tussen de twee passen in heel leuke bergdorpjes waar je zo Heidi verwacht te zien. Toen we boven op de Petit Saint Bernard waren zagen we een standbeeld, maar niet van de verwachtte hond met rumvat, maar van een Pater. Omdat het al eind van de middag werd leek het ons leuk om bovenop de pas te overnachten. Op het hoogste punt lukte dit niet bij de berghut daar, maar werden we 8 kilometer verderop verwezen. In Rosiere aangekomen zagen we als eerste een paar St. Bernhard honden bij de souvenirshop tegen over het hotel, Relais Petit Saint Bernard waar we een kamer regelden. De motoren konden in de garage. Het uitzicht was geweldig. Rosiere is een echte wintersportplaats, maar het was er ook nu opvallend druk. We besloten na de wandeling door het dorp om maar in het hotel te eten. De zonsondergang, maar ook de zonsopgang zo hoog in de bergen is een heel bijzonder zicht. Deze overnachting was de meest bijzondere tijdens de hele rit.

Col D’Iseran
Op de kaart waren meerdere manieren te zien waarop we onze route richting de Iseran konden vervolgen. Op advies van onze hotelier namen we niet de weg richting Bourg St. Maurice maar de kortere route omdat deze wat bochtenwerk en zicht kennelijk veel mooier was. Ik kan niet vergelijken maar de route die we reden over de D84 was meer dan de moeite waard. We stopten even bij het Lac du Chevril om wat mooie foto`s te maken. Kort daarop reden we Val d`Isere binnen waar we even op een terras neerstreken. Ondanks dat het er erg druk was presteerde de restauranteigenaar om een kop koffie met geschifte melk te serveren. Omdat ik zwart drink was alleen Annie de sigaar. Vanuit Val d`Isere reden we de Iseran op. Het uitzicht was geweldig, maar naar mijn gevoel waren we wel heel erg snel op de 2770m hoge top. Ik had me onvoldoende gerealiseerd dat Val`d`Isere zelf al op 2000m hoog ligt. Op de Iseran was het even de beurt afwachten om met de motor voor het bordje van het hoogste punt te poseren. De Iseran weer naar beneden was ook geweldig mooi, je komt ogen te kort om zowel te rijden als te kijken. Vervolgens gingen we weer op weg naar onze volgende uitdaging.

Telegraph en Galilbier
De Col de Telegraph en de Galibier. Op de Telegraph was vrachtverkeer nog toegestaan en een aantal chauffeurs had er kennelijk lol in om te proberen om zo snel mogelijk naar boven te gaan. Daardoor bleef ik lang achter zo`n stinkende diesel hangen voordat ik hem kon inhalen. Annie had er meer last van omdat zij het liefste rondkijkt en toert. Daardoor had ze zo`n vrachtwagen achter zich hangen die zelfs stevig zat te duwen. Op een parkeer terrein hebben we het hele zooitje even laten passeren en zijn relaxed verder gereden. Ook richting Galibier waren weer net als op de andere cols heel veel fietsers. Gelukkig is op de Galibier weer geen vracht en caravanverkeer toegestaan zodat we genietend van de omgeving naar boven konden. Regelmatig hingen in de bochten fotografen om motoren te fotograferen en hun foto`s aan te prijzen. Helaas heb ik van geen van allen de website onthouden om te zien of er wat leuks tussen zat. Vlak voor de Tunnel hebben we even een bak koffie genomen. Op de top van de pas was niet zoveel te zien, we waren eigenlijk al weer op weg naar beneden voordat we er erg in hadden. Het uitzicht op de gletsjer, zoals mijn collega Dick al had aangegeven was erg mooi. Ik had graag weer ergens bovenop een pas de nacht doorgebracht maar het was nog te vroeg om het kamp op te breken en tegen het eind van de middag waren we ergens bij Briancon in de buurt aangekomen.

In Le Monetier Les Bains een beetje verlopen lijkende wintersportplaats vonden we een hotel wat motorrijders zeer uitnodigde om er te overnachten. We besloten er even te kijken. Het hotel zag er net als het stadje uit of het betere tijden gekend had. De eigenaar nam ons voor de garage mee naar een straatje net achter het hotel. Daar waar ik dacht een garage in te rijden kwam ik in een soort van catacomben terecht waar weer allemaal garageboxen stonden. Met wat steken en loskoppelen van de aanhanger konden uiteindelijk onze motoren in de kleine garagebox. De slaapkamer zag er uit zoals het hotel, maar het was er in ieder geval schoon en had een balkon wat helemaal rond de kamer heen liep zodat we van het uitzicht konden genieten. We besloten in ieder geval ergens anders wat te gaan eten. We vonden ook een hotel met een restaurant wat er allemaal beter uitzag. Uiteindelijk hebben we daar voor veel te veel geld veel te weinig gegeten. Het was wel lekker en leuk aangekleed. Bij het ontbijt bleken we toch niet de enige gasten te zijn. Het ontbijt was eenvoudig maar voldoende en de bediening bijzonder vriendelijk. Misschien hadden we ons toch iets teveel door de eerste indruk laten leiden.

Col de Izoard
Onderweg waren we in korte tijd in Briancon waar we een stukje door het centrum reden om aan de klim van de col de Izoard te beginnen. Langzaam stijgend reden we door een mooi landschap waar de bochten steeds sneller achterelkaar kwamen. Bij Refuge Napoleon even een kop koffie genomen en genoten van het mooie uitzicht in deze pas. Op de Izoard stelde ik vast dat ik deze pas wel de mooiste vond die ik tot op dat moment gereden had. Annie was het daar erg mee eens.

Lac du Serre Poncon
Enige tijd later kwam het Lac du Serre Poncon in beeld. Ik herinnerde me de enthousiaste verhalen van een collega die dit tot haar vakantieplek heeft gemaakt. Hoewel ik deze reis al wel heel veel meren in bergen gezien heb, moet ik zetten dat ook dit meer wel in een bijzonder mooie omgeving ligt. Na de lunch te hebben gebruikt in een van de restaurants bij het meer reden we er toch een beetje vandaan. Ik had in Truus een routje geprogrammeerd wat de berg op ging in plaats van de oever volgen. Het is erg leuk om in Mapsource thuis de route te programmeren en daar wat voorplezier aan te beleven. Wat niet kan is het wegdek vooraf bezien. We kwamen op een heel smalle weg, een auto breed. We hadden wel erg mooie uitzichten op het meer. Ik was blij geen fles champagne bij te hebben want die was spontaan open gesprongen. Zoals vaker bewaarde ook dit colletje het fijne voor het laatst omdat het weer een mie-nestje van tegen elkaar liggende haarspeldbochten was dat met een stevig percentage naar beneden ging om weer op de doorgaande weg uit te komen.

Gorges du Verdon
We reden richting Digne Les Bains waar we door een erg smalle maar mooie gorges reden. Via Digne kwamen we weer op de route Napoleon om vlot via de Gorges du Verdon naar Moustiers St. Marie te rijden, waar ik tussendoor even telefonisch onze aankomst op Camping les Vieux Collombiers had aangekondigd. In mei waren we daar nog geweest, maar toen regende het vrijwel aan een stuk door. Nu was het weer ook hier overvloedig warm. We hadden een mooi plekje met zowel zon als schaduw en vlak bij de doorgang richting het dorp.

De dag er op gingen we natuurlijk op pad voor een rondje Gorges du Verdon. Ik had onze vrienden Glen en Caroline van het Frejus Chapter al laten weten dat we even langs zouden komen. We namen de rive gauche en kwamen in de loop van de middag bij onze vrienden aan, waar we erg gastvrij werden ontvangen. Na een paar uur bijkletsen en een hapje gegeten te hebben namen we een smalle Gorge die in Castelane uitkwam. De normale weg was afgesloten. Via Castelane reden we de gorges weer in en stopten op diverse plaatsen om te genieten van het uitzicht. Voor een rondje route de Cretes vonden we het te laat en reden terug naar de camping.

Dat je zelfs in de schaduw kan verbranden ontdekte ik de andere dag. Annie wilde een keer niet rijden maar een luie rustdag houden. We reden naar het Lac St. Croix en zochten een plekje aan het strand uit waar ik heerlijk op een rotsblok gezeten een tijd heb zitten lezen in de schaduw met een tomatenkleur als eindresultaat.

Le Depart
Vrijdagochtend vroeg was het opbreken van het kamp geblazen. Het was goed dat we op tijd waren opgestaan, want toen alles net ingepakt was begon het door te regenen. Ik was niet content, niet alleen omdat het regende maar ik had net ontdekt dat mijn achterband wel erg ver versleten was. Wat extra voorzichtig rijdend gingen we op weg naar de Route Napoleon. Bij Digne in de buurt werd het droog. We hadden in het eerste uur wel 44 kilometer afgelegd. Truus had kennelijk tussentijds haar route herrekend en wilde ons in Digne een andere kant opsturen dan ik in mijn hoofd gehad had. We reden gewoon richting Sisteron en Gap zoals ik gepland had. Tijdens de koffie had ik de HD dealer in Grenoble in de route gepland en daarmee de route aangepast. Omdat Truus op het mijden van snelwegen stond gaf ze ons een rondleiding door Grenoble. Wel mooi maar ook tijdrovend. Net na de middag kwamen we bij HD Grenoble aan. Ze waren gelukkig bereid om me direct te helpen, maar hadden alleen een band met wit randje. Beter een witte rand dan op m`n gezicht met een gladde band. Dus aan de slag, alleen het kon wel een paar uur duren. Bij de Boulangerie aten we lekker voor een grijpstuiver en bespraken we onze verdere reisplannen die dag. We besloten toch te proberen volgens planning nog de benodigde 200 km voor die dag richting Bourg en Bresse te rijden. Om 17.00 uur reden we Grenoble uit nadat ik ook nog diverse tips had ontvangen over zaken die ze aan mijn Bike gezien hadden zoals het putje in m`n belt. Bij Voiron begon het weer te regenen dus trokken we de regenpakken aan. Toen we in een file raakten in verband met een ongeval hadden we niet in de gaten dat dit met het weer te maken gehad heeft. In een bocht was een auto rechtdoor gereden en tussen wat andere auto’s aan de kant geparkeerd. We reden verder toen we een rotonde naderden op een plaats waar het kennelijk net geregend had. We minderden snelheid, maar bij het remmen merkte ik dat dit niet het gewenste effect had. Ik gleed ondanks gedoseerd remmen de rotonde op waar ik op het deel klinkers in het midden de motor met een beetje fatsoen tot stilstand kon brengen. Achterom kijkend naar het geluid wat ik hoorde zag ik dat Annie minder goed was weggekomen. Haar motor was onder haar vandaan gegleden. Toen ik Annie overeind hielp bleek ze opvallend weinig te mankeren en bleek de schade aan de motor ook erg mee te vallen. Al terug redenerend kunnen we alleen tot de conclusie komen dat het spekglad was als gevolg van de combinatie regen na lange droogte, olie of diesel op de weg en van die vervelend gladde strepen voor de voetgangers oversteekplaats en andere wegmarkeringen. Geschrokken werd de rest van de reis voortgezet.

Om kwart voor 9 in de avond kwamen we in Louhans aan bij hotel le Cheval Rouge. Naast een kamer konden we ook nog, mits we snel waren aan het diner deelnemen. We waren speciaal naar Louhans gekomen om de beroemde Bresse kip te kunnen proeven. We waren al diverse weilanden vol witte kippen voorbij gereden. De kip die een appellation controle status heeft moet zeer bijzonder zijn. Het zal wel aan het ontbreken van verfijnde smaak hebben gelegen of de vermoeidheid maar het bijzondere hebben we er niet aan afgegeten. Annie vond hem zelfs taai.

Op zaterdag waren we weer op tijd op en overwogen hoe we die dag zouden rijden. Het was nog een goede 700 kilometer naar huis. Na eerst een stukje over de geplande route te hebben gereden leek het wel of we heel gericht richting huis reden. Na een korte stop besloten we met uitzondering van tolwegen zo spoedig mogelijk die dag in een keer te proberen naar huis te rijden. De route van Truus liep via richting Dole, Dijon, Langres (waar we weer even hebben gegeten), St. Dizier, Chalons, Charleville Mezieres, Charleroi, Brussel en Antwerpen. Rond 18.00 uur waren we net voor Charleroi en besloten door te rijden. Uiteindelijk waren we rond 20.00 uur gaar maar voldaan thuis. De teller stond rond de 3.500 kilometer. We kunnen terug kijken naar een best intensieve rit waar we naast het prettig gezelschap van vrienden ook hebben genoten van geweldig goed weer.

We kijken alweer uit naar de volgende rit waar nog meer passen in passen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *